bestuurdersaansprakelijkheid geen automatisme

Dat schending van de administratieverplichtingen/ te late publicatie van jaarcijfers een bestuurder duur kan komen te staan is algemeen bekend. De curator in faillissement verkeert in een comfortabele bewijspositie als een faillissementstekort op een bestuurder van een b.v. of n.v. moet worden verhaald. Op individuele schuldeisers blijft, ook bij schending van de administratieplicht, echter een zware bewijslast rusten.

Het Gerechtshof Den Bosch heeft in een arrest van 3 april 2012 benadrukt dat vorderingen uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid zeer concreet moeten worden onderbouwd en (bij voldoende weerwoord) ook zullen moeten worden bewezen.

De bestuurder van een failliete B.V. werd aansprakelijk gesteld voor een huurschuld van de failliete B.V. In het faillissement kwam vast te staan dat er geen goede administratie was gevoerd door de B.V. De verhuurder stelde daarop de bestuurder aansprakelijk voor de huurtermijnen van de failliete B.V. Er zou sprake zijn van betalingsonwil bij de bestuurder. Ook omdat de administratieplicht geschonden was, rustte de bewijslast van het tegendeel op de bestuurder, aldus de verhuurder.

Het Gerechtshof stelde de bestuurder in het gelijk. Er was dus geen sprake van bestuurdersaansprakelijkheid. Een aantal rechtsoverwegingen uit het arrest kunt u helemaal onderaan dit bericht (onder het contactformulier) nalezen.

Conclusie: bestuurdersaansprakelijkheid blijft maatwerk

Uit deze uitspraak blijkt weer dat partijen in bestuurdersaansprakelijkheid goed beslagen ten ijs moeten komen en hun standpunten goed moeten onderbouwen. Er zijn verschillende vormen van bestuurdersaansprakelijkheid. Het is zaak de verschillende rechtsregels niet te verwarren.

Meer weten?

Advocatenkantoor Both treedt in kwesties rond bestuurdersaansprakelijkheid op voor zowel bestuurders als schuldeisers. Het kantoor is goed thuis in het ondernemingsrecht en procesrecht. U kunt bij Advocatenkantoor Both ook terecht voor preventief advies of een second opinion. Bij Advocatenkantoor Both kunt u ook terecht als u hoger beroep wilt instellen. Advocatenkantoor Both levert maatwerk tegen scherpe tarieven.

Bel voor een nadere kennismaking 030-3030059 (vestiging Utrecht) of 020-3030200 (vestiging Amsterdam) of stuur een e-mail naar info@advocaatboth.nl. U kunt ook het onderstaande contactformulier gebruiken.

Referenties/ beoordelingen

“Ondernemen is een mooi vak. Eigen baas zijn, nieuwe uitdagingen aangaan en kansen grijpen, maken ons bestaan als ondernemer spannend en afwisselend. Maar soms kan het tegenzitten. Een goede advocaat is dan onmisbaar. In de afgelopen jaren hebben wij Koen Both leren kennen als een vakkundig advocaat die een luisterend oor biedt, over een groot inlevingsvermogen beschikt, altijd actief meedenkt, realistische en haalbare doelen helpt stellen en in zijn werkzaamheden een grote mate van nauwkeurigheid aan de dag legt. Dat geeft rust en vertrouwen wanneer je dat als ondernemer het meeste nodig hebt.” Lees meer referenties

Citaten uit het arrest:

“Met grief 4 betoogt Het Laar dat [geïntimeerde] persoonlijk aansprakelijk is omdat sprake zou zijn van persoonlijke betalingsonwil. Nu [geïntimeerde] een aantal vennootschapsrechtelijke verplichtingen waaronder het voeren van een administratie waaruit te allen tijde de rechten en verplichten van de vennootschap kunnen worden gekend en het openbaar maken van de jaarrekening zou hebben geschonden, Uyver B.V. niet zelfstandig in staat zou zijn de huurverplichtingen te voldoen, omdat zij daarvoor afhankelijk was van niet toegestane onderhuur en [geïntimeerde] bij drie van de vijf onderhuurders betrokken zou zijn rust volgens Het Laar op [geïntimeerde] de bewijslast dat van betalingsonwil geen sprake is.”

“Het hof stelt voorop dat op Het Laar als eiseres de bewijslast rust van haar stelling dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld, doordien hij – terwijl de door hem bestuurde vennootschap daartoe wel in staat was – zonder geldige reden heeft bewerkstelligd dat die vennootschap aan haar contractuele verplichtingen jegens Het Laar niet voldeed. De door Het Laar aangevoerde feiten en omstandigheden rechtvaardigen noch een omkering van de bewijslast, noch de conclusie dat het door Het Laar te leveren bewijs voorshands geleverd is, zodat [geïntimeerde] tegenbewijs zou mogen bijbrengen. Indien en voor zover de betalingsonmacht veroorzaakt is door een verboden onderverhuur en in samenhang met een constructie welke bij voorbaat het reële gevaar in zich borg dat Uyver B.V. als gevolg van wanbetalingen van onderhuurders niet aan haar betalingsverplichting jegens Het Laar zou kunnen voldoen, dan zou zulks eventueel grond kunnen opleveren voor het oordeel dat deswege sprake is van onrechtmatig handelen, doch niet tot de conclusie kunnen leiden dat sprake zou zijn van betalingsonwil.”

“Nu Het Laar geen voldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die indien bewezen tot het oordeel zouden kunnen leiden dat sprake is van zulk onrechtmatig handelen of van betalingsonwil, is bewijslevering niet aan de orde.”